Gifvrij Plaagdier Management

Plaagdierbeheersing zonder giftige bestrijdingsmiddelen

Gifvrij Plaagdier Management = Plaagdierbeheersing zonder giftige bestrijdingsmiddelen

Een plaagdierbeheersplan opstellen vergt kennis van de gehele materie en heeft als rode draad GPM (Gifvrij Plaagdier Management). François van Brabant Ongedierte Bestrijding & Preventie werkt volgens deze door hem zelf ontwikkelde methode met dien verstande dat hij alleen chemische middelen gebuikt al het niet anders kan. Gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen alleen zullen namelijk nooit een structurele oplossing bieden. François kan je helpen met gifvrije verjaag en vangsystemen, weringsmaatregelen en het optimaliseren van de algehele bedrijfshygiëne. Het opvolgen van zijn adviezen, samenwerking en communicatie met iedereen binnen je bedrijf is de sleutel tot een succesvolle ongediertepreventie en plaagdierbeheersing.

GPM richt zich op het voorkomen van de presentie van plaagdieren.

Gebruik van giftige bestrijdingsmiddelen maakt daar bij ons in principe geen deel van uit. De insteek van de GPM aanpak is om dieren in beginsel niet te gaan doden, maar problemen op te gaan lossen door structurele oorzaken weg te nemen. Vandaar ook dat de naam ‘’plaagdiermanagement of preventie’’ de voorkeur geniet boven ‘’ongediertebestrijding’’.

De aanpak van François gaat een stapje verder dan de IPM werkwijze. Gifvrij Plaagdier Management, GPM is onze eigen ontwikkelde methodiek. Samenwerking en communicatie zijn daarbij van essentieel belang.

Werken met dit open GPM model betekent dus, afstand nemen van traditionele ongediertebestrijding met de nadruk op bestrijding en overgaan naar een aanpak op basis van preventie en weren. Weloverwogen omgaan met factoren zoals voedsel, temperatuur, lucht vochtigheid, keuze voor materialen e.d. zijn een belangrijk aspect. Zo kunnen er bijvoorbeeld ook vallen ingezet worden in plaats van rodenticiden(muizengif / rattengif).

Het open GPM-model is gebaseerd op de volgende elf onderdelen:

  1. Grondige Inspectie
  2. Preventieve maatregelen
  3. Gifvrije verjaag methodieken
  4. Gifvrije vangsystemen
  5. Hygiëne optimaliseren
  6. Weringsmaatregelen
  7. Alle medewerkers informeren
  8. Opvolgen van adviezen
  9. Toezicht / controles
  10. Mechanische controles
  11. Controle / monitoring

Gifvrij Plaagdier Management richt zich op voorkomen

GPM volgens François van Brabant Ongedierte Bestrijding & Preventie richt zich vooral op het voorkomen van de aanwezigheid van plaagdieren. GPM is geen standaard voorschrift, het is geen norm maar een goede manier van samenwerken en communiceren. In het kader van duurzaamheid en het milieu verdient GPM de voorkeur en dat is waar François voor staat.

Binnen Gifvrij Plaagdier Management speelt de totale kennis over het Plaagdier en de interactie op de plaats waar deze overlast veroorzaakt een grote rol. Het wegnemen van de eerste levensbehoefte van het Plaagdier, zoals vocht, voeding, schuil- en nestelgelegenheid, zorgen ervoor dat er minder of zelfs geen chemische middelen nodig zijn om de overlast te verminderen.

Doelstelling van Gifvrij Plaagdier Management

Bij de uitvoering van werkzaamheden ter bestrijding van plaagdieren GPM toepassen. Bij het opstellen van het preventie- en/of bestrijdingsplan, zullen door de opsteller van het plan en/of de uitvoerder van de bestrijdingswerkzaamheden de volgende vragen worden beantwoord :

  1. Welke diersoort of is of zijn aanwezig?
  2. Welke werings- en/of preventiemaatregelen kunnen worden uitgevoerd?
  3. Op welke wijze kan een verbetering van de huishouding en hygiëne tot vermindering of eliminatie van het probleem bijdragen en welke maatregelen dienen te worden getroffen?
  4. Wie treft de maatregelen voortvloeiend uit vragen 2 en 3 en wanneer?
  5. Worden er plaagdierproblemen met ingekochte grondstoffen, halffabricaten of kant en klare producten aangevoerd? Zo ja, hoe kan dit worden voorkomen en door wie?
  6. Kunnen er fysische omstandigheden worden gewijzigd ter vermindering van het probleem? Zo ja, welke, door wie en wanneer?
  7. Kunnen lokmiddelen en vallen worden gebruikt in plaats van biociden?
  8. Informeren van medewerkers. Zij dienen het nut in te zien van optimale ongediertepreventie en zij dienen ook te weten wat er gaande is. Betrokkenheid van medewerkers laat in de praktijk verbluffende resultaten zien.

Essentiële onderdelen GPM

  • Het managen, het beheersen van overlast veroorzaakt door plaagdieren d.m.v. integratie van alle elementen die een rol spelen.
  • Geïntegreerd systeem, waarvan de verschillende componenten een samenhang hebben
  • Plaagdieren en houtaantastende organismen: Ongewenste diersoorten, zwammen en schimmels, die de mens op een of andere manier overlast en of gezondheidsproblemen bezorgen.
  • Management: Het richting geven aan inspanning, zodat de vastgestelde doelen kunnen worden bereikt overeenkomstig het aanvaarde beleid
  • Welke plaagdieren, zwammen en schimmels en de risico’s
  • Onderhoud van de bedrijfsgebouwen en invloed van de omgeving
  • Staat van de hygiëne, schoonmaak, afvalhandeling en andere items die deze hygiëne beïnvloeden
  • Mogelijkheden voor toegang plaagdieren door transport, gedragingen personeel

Inventarisatie is belangrijk

Alle elementen die overlast ten gunste van plaagdieren of houtaantastende organismen kunnen veroorzaken en/of bevorderen moeten in kaart gebracht worden. Hierbij worden, afhankelijk van de situatie, de volgende items beoordeeld: plaagdieren, gebouw, hygiëne en toegang. Hieronder wordt weergeven op welke aspecten deze items beoordeeld gaan worden. Deze beoordelingen leggen uiteindelijk de fundering voor het plan van aanpak voor plaagdiermanagement.

PLAAGDIEREN, ZWAMMEN EN SCHIMMELS

  • Constatering plaagdieren/ houtaantastende organismen
  • Determinatie (schriftelijk) van gevonden plaagdieren exemplaren/monsters,
  • Informatie uit uitwerpselen
  • Veroorzaakte schade
  • Waarnemingen, te verkrijgen d.m.v. interviews
  • Verwachting potentiële plaagdieren
  • Wordt er willekeurig ingekocht of is er borging in het inkoop proces?
  • Wat is de herkomst van de producten en welke plaagdieren kunnen meegebracht worden of zijn?
  • Welke potentiële risico’s veroorzaken deze potentiële plaagdieren? Maar ook welke processen kunnen problemen veroorzaken?

Algehele hygiëne

Denk aan vervuiling, ophoping productresten, kruisbesmetting, maar ook voorwaarden voor aanwezigheid van plaagdieren / houtaantastende organismen zoals temperatuur, luchtvochtigheid, schuilplaatsen. De omgeving heeft een belangrijk invloed op de te verwachten diersoorten, denk hierbij ook aan andere diersoorten in de directe omgeving. Kijk ook naar condities in de omgeving zoals voedselaanbod, schuilplaatsen, mogelijkheid tot benaderen gebouwen, toegangen voor deze diersoorten.

Gedragsvertoning aanwezige en potentiële plaagdieren

  • Wat is het levenspatroon van de plaagdieren, gedrag en levensloop?
  • Welke bronnen gebruiken zij als voedsel?
  • Welke plaatsen worden door de plaagdieren als schuilplaatsen gebruikt?
  • Welke voorwaarden zijn er om de voortplanting van de plaagdieren te bevorderen of juist ontmoedigen.

Risico’s plaagdieren. Dit bepaalt de prioriteit en of de aanwezige en potentiële dieren werkelijk overlast veroorzaken.

Er zijn algemene risico’s zoals:

  • Dat plaagdieren ziektes kunnen verspreiden.
  • Plaagdieren kunnen schrik (fobie) en angstprikkels opwekken
  • De schade welke plaagdieren kunnen veroorzaken

Maar ook specifieke risico’s moeten beoordeeld worden, voor iedere situatie en organisatie kunnen er specifieke risico’s zijn. Er zijn risico’s welke afhankelijk van product en/of proces, maar ook interne- en externe eisen of branche overeenkomsten kunnen voor een organisatie een risico definiëren.

Staat van het GEBOUW

De staat van de gebouwen en invloed van de omgeving zijn een belangrijke invloed om overlast t.g.v. plaagdieren / houtaantastende organismen te laten ontstaan, maar ook een belangrijke invloed in het voorkomen en oplossen van problemen. Gebouwen leveren de leefomstandigheden voor de plaagdieren/houtaantastende organismen. De volgende vragen zijn van belang:

  • Wat is de staat van het gebouw?
  • Welke temperaturen komen er voor?

Gecombineerd met bijvoorbeeld luchtvochtigheid zijn dit belangrijke voorwaarden voor aanwezigheid van plaagdieren / houtaantastende organismen. Het onderhoud van het gebouw levert een belangrijke bijdrage in het vestigen van plaagdieren / houtaantastende organismen of juist het ontmoedigen daarvan. Is het onderhoud preventief dan worden potentiële problemen voorkomen, dit is een voorwaarde voor het goed implementeren van GPM.

Bij curatief handelen kunnen plaagdieren / houtaantastende organismen zich gevestigd hebben, en worden de problemen onnodig groot. Bij het uitvoeren moet voldoende kennis over de te verwachten plaagdieren / houtaantastende organismen aanwezig zijn om passende preventieve maatregelen te kunnen uitvoeren.

Onderhoud is cruciaal bij duurzame ongediertepreventie

Het budget voor onderhoud moet voldoende zijn om op de aangetroffen situatie te kunnen acteren. Ook de directe omgeving levert mogelijkheden voor plaagdieren / houtaantastende organismen op. Daarom moet er beoordeeld worden of de directe omgeving een bijdrage aan het preventieve plan levert of juist aanwezigheid van plaagdieren / houtaantastende organismen bevorderd.

Het onderhoud van de verharding is belangrijk omdat een in goede staat verkerende verharding plaagdieren ontmoedigd. Het onderhoud van onverharde delen en tuinen moet gepland uitgevoerd worden waarbij de situatie potentiële plaagdieren niet naar het gebouw kan brengen.

Ook opslag van goederen, materialen, afval en dergelijke moet zodanig zijn dat plaagdieren geen mogelijkheden krijgen om de gebouwen te benaderen of binnen te dringen.

Ventilatie is noodzakelijk

Voor vestiging van houtaantastende organismen is ventilatie en onderhoud een belangrijke factor. Activiteiten in de omgeving kunnen ook overlast van plaagdieren / houtaantastende organismen beïnvloeden, daarom moet binnen GPM ook beoordeeld worden of er een potentieel probleem in de omgeving aanwezig is.

Hiervoor moet beoordeeld worden welke activiteiten de organisaties in de omgeving uitvoeren. Welke activiteiten zijn er en welke (dier)soorten zijn aannemelijk, maar ook welke producten bevinden zich in deze organisaties en welke diersoorten zijn te verwachten. De activiteiten van het geïnventariseerd bedrijf en de diersoorten in de omgeving bepalen of het plaagdieren betreft en of er preventieve maatregelen nodig zijn.

Algehele HYGIËNE binnen en buiten

De staat van de hygiëne levert een aantal indicatoren voor overlast van plaagdieren / houtaantastende organismen op, zo zijn vervuiling en product ophopingen voedselbronnen voor plaagdieren. Maar ook persoonlijk gedrag en betrokkenheid van personeel is een factor

De hygiëne in gebouwen heeft te maken met:

  • Schoonmaak van de gebouwen en technische installaties.
  • Worden de schoonmaak activiteiten uitgevoerd volgens een planning waarbij rekening is gehouden met voorkomen van plaagdieren? (actief vs. reactief schoonmaakbeleid).
  • Juiste uitvoering van schoonmaak kan overlast voorkomen en bij onvolledige of onvoldoende resultaat, juist de problemen veroorzaken of vergroten.
  • De kwaliteit van de schoonmaak moet bewaakt worden, eisen moeten gericht zijn op het voorkomen van plaagdieren / houtaantastende organismen.

Afval is een voedingsbodem voor ongedierte

muizen of ratten populatie groeit door voedsel

Afval levert een voedselbron en een schuilplaats voor plaagdieren, een goede handling van afval is daarom een belangrijke stap in voorkomen van (over)last door plaagdieren.

De diverse soorten afval leveren diverse soorten mogelijkheden voor het ontstaan en huisvesten van diersoorten. Inzicht welke afvalstromen er zijn en hoe deze behandeld worden is nodig.

Hieruit volgen de potentiële risico’s ten gevolge van de afvalstromen en op deze risico’s moeten de beheersplannen gebaseerd zijn, denk hierbij aan:

  • Moment legen afvalemmers/containers, (indien vol, iedere 8 uur, etc.)
  • Schoonmaak gebruikte materialen moet geregeld zijn en afgestemd op risico’s
  • Gedrag van personeel is een grote en moeilijk te beheersen factor in plaagdierbeheersing
  • Medewerkers moeten voldoende geïnstrueerd zijn om hygiënisch te handelen
  • De juiste procedures moeten in werking zijn en nageleefd worden. Dit heeft veel te maken met opleidingsniveau en kennis die wel of niet op de werkvloer aanwezig is.

Op gebied van hygiëne kan François van Brabant Ongediertebestrijding & Preventie je ook alle ondersteuning geven met 35 jaar ervaring in de voedingsmiddelenindustrie. François is HACCP en IPM gecertificeerd.

TOEGANG tot gebouwen / weringsmaatregelen

Plaagdieren moet allereerst toegang hebben tot gebouwen en omgevingen voordat zij overlast kunnen veroorzaken. Vandaar dat het onderzoek naar hoe de plaagdieren toegang hebben belangrijk is.

Uitgangspunten bij dit onderzoek zijn: Welke plaagdieren zijn te verwachten en welke plaagdieren zijn aanwezig? Hierbij moet de constructie van de gebouwen beoordeeld worden, alsmede de staat van onderhoud van werende maatregelen.

Maar ook transportbewegingen kunnen bij plaagdieren aandachtsgebieden zijn.

(Retour)goederen uit bekende en onbekende opslag en distributie kunnen komen, kunnen besmettingen met zich meebrengen. Kruisbesmettingen waarbij producten welke vrij van plaagdieren zijn in contact komen met producten of situaties waarvan onzeker is of deze vrij van plaagdieren zijn, moet voorkomen worden.

Gedrag van medewerkers kan ook van invloed zijn op inkoop of insleep van plaagdieren/houtaantastende organismen, denk hierbij aan aanwezigheid onbevoegden en implementatie van procedures om plaagdieren te voorkomen.

Zijn er procedures aanwezig om insleep van plaagdieren te voorkomen? En zijn deze in werking en is er opvolging bij geconstateerde afwijkingen? Het kennisniveau van de medewerkers is bepalend voor het succes. Het moet daarom duidelijk zijn wat het huidige kennisniveau is. Maar ook het gewenste niveau moet bekend zijn. 

Bij het voorkomen van insleep van plaagdieren / houtaantastende organismen is het preventief) onderhoud een belangrijke schakel. Ingang controle is hierbij van cruciaal belang.

Ook controles op effectiviteit en het melden van afwijkingen en of schades is gewenst. Ook bij onderhoud van technische installaties, machines, luchtbehandelingsunits en ander installaties moet men rekening houden met preventie van plaagdierproblemen.

Bovenstaande items zijn richtlijnen en kunnen afhankelijk van de situatie meer of minder invloed hebben op het ontstaan van plaagdieren. Ook kunnen er niet genoemde situaties zijn die plaagdieren bevorderen, het toepassen van de kennis van François kan hierover uitsluitsel geven.

Een goede Plaagdier Risico Inventarisatie (PRI) geeft informatie over het betrokken bedrijf en de directe omgeving. Maar ook inzichtelijk wordt wat er speelt. Hieruit komt voort een plan van aanpak (PVA). Dus wat te doen om conform de Gifvrij Plaagdier Management (GPM) methodiek te gaan werken.

Voorbeeld PVA Plan Van Aanpak

Datum 
Naam klant 
Adres 
Omschrijving werkzaamheden 
Naam vast contactpersoon 
Bestrijdingstechnicus naam 

RAPPORT

Rapport met constatering en wat te doen. Inclusief foto`s.

Welke installatie is nodig bij de klant; wering, preventief, plattegrond, materialen, welke verjaag- en vangsystemen indien aantoonbaar last, enz.

aangevuld met Bijlagen:

Weringsmaatregelen

duurzaam milieuvriendelijk diervriendelijk muizen bestrijden

In de PRI of (onafhankelijke) kwaliteitsinspectie wordt aangegeven welke weringsmaatregelen (afhankelijk van de situatie of aangetroffen Plaagdier)) gedaan zouden kunnen worden alvorens over te gaan op een bestrijding. Indien de plaagdierenoverlast blijft voortbestaan na de weringsmaatregelen, dan is er sprake van een situatie dat de plaagdieren beheerst moeten worden middels beheersbare maatregelen. François zal alleen chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken als het niet anders kan.

Om een goed Plaagdier Beheers Plan (PBP) op te stellen is afhankelijk van de situatie een Plaagdier Risico Inventarisatie (PRI) minimaal van toepassing. Vooraf een onafhankelijke kwaliteitsinspectie is in veel gevallen de juiste volgorde.

Brabant Ongedierte Bestrijding & Preventie werkt alleen met giftige bestrijdingsmiddelen als het niet anders kan. De kerntaak van François ligt bij het voorkomen, weren, verjagen en hygiëne optimaliseren.

François van Brabant Ongedierte Bestrijding & Preventie werkt het liefst zonder gebruik van giftige bestrijdingsmiddelen en om die reden kan hij niet alle soorten ongedierte bestrijden. Zijn methodiek is erop gebaseerd dat hij werkt met methoden die de omgeving voor bepaalde soorten ongedierte ondraaglijk maken waardoor ze weg gaan.

Gifvrij Plaagdier Management is een totaal concept van stappen die genomen dienen te worden voor een optimale ongediertepreventie. Communicatie en betrokkenheid zijn daarbij essentieel om tot de beste resultaten te komen.

Vandaag gebeld is vandaag geholpen!

Wil je graag snel geholpen worden, dan kan Francois je vandaag nog komen helpen.

Vandaag gebeld is
vandaag geholpen!

Wil je graag snel geholpen worden, dan kan ik je vandaag nog komen helpen.